In 1908 gaven burgemeester en wethouders van Heemstede opdracht aan de architecten Joseph Cuypers en Jan Stuyt om een uitbreidingsplan te ontwerpen. Wat volgde was de transformatie van een landelijk lintdorp - met bollenland, blekerijen en oude landgoederen - tot een moderne forensengemeente naar het ideaal van de Engelse tuinstad.
Aan het einde van de negentiende eeuw veranderde Heemstede. De trein en tram maakten het dorp bereikbaar voor forensen uit Amsterdam, Haarlem en Den Haag. Het groene karakter, de landgoederen en de frisse lucht trokken welgestelde stedelingen aan die buiten wilden wonen maar in de stad bleven werken. De vraag naar woningen nam snel toe.
Tegelijkertijd bood de Woningwet van 1901 gemeenten voor het eerst de wettelijke basis om bouwactiviteiten te reguleren. Samen met de Gezondheidswet uit hetzelfde jaar vormde deze wet het fundament waarop Heemstede zijn groei kon sturen. Het gemeentebestuur begreep dat ongecontroleerde uitbreiding het dorpskarakter zou vernietigen. Er was regie nodig.
De opdracht ging naar twee architecten die Heemstede al kenden: Joseph Cuypers - zoon van de befaamde Pierre Cuypers - en Jan Stuyt, die eerder het raadhuis van Heemstede had ontworpen (1906). Samen maakten zij een uitbreidingsplan dat in 1912 werd vastgesteld door de gemeenteraad.
Cuypers en Stuyt lieten zich inspireren door het tuinstadmodel van Ebenezer Howard: wijken met ruime woningen, elk met een eigen tuin, in een groene setting. Geen stadsblokken, geen plattelands-isolement, maar een middenweg. Het gemeentebestuur zag in die aanpak een kans om Heemstede aantrekkelijk te maken voor kopers en huurders die op zoek waren naar een gezonde woonomgeving buiten de stad.
De Heemsteedse Dreef werd de centrale as van het plan: een kilometerslange, door luxueuze huizen omzoomde laan die het dorp van noord naar zuid doorsneed. Rond deze as ontvouwden zich de verschillende woonwijken, elk met een eigen karakter.
Elke wijk kreeg een eigen profiel. Rond de Crayenestersingel kwamen voornamelijk villa's en landhuizen. De Indische Buurt werd een gemengde wijk met middenstandsbouw naast volkswoningen. En rond het Valkenburgerplein verrezen woningen samen met winkels, een kerk en een school - een compleet wijkcentrum.
Nieuwe straten werden aangelegd, vaarten en singels gegraven, bruggen zorgvuldig ontworpen. Het eigentijds ontworpen eengezinshuis met ten minste een achtertuin, gesitueerd aan een ruime straat met bomen, werd de norm.
In veel gemeenten stopte de invloed van een architect na het tekenen van het plan. In Heemstede niet. Joseph Cuypers bleef jarenlang betrokken als esthetisch adviseur van het gemeentebestuur. Elk bouwplan dat werd ingediend passeerde zijn bureau. Dat gaf hem een zeldzame greep op hoe het dorp er uiteindelijk uit kwam te zien.
Die werkwijze was mogelijk doordat de gemeente zelf ook strak regisseerde. Via een reeks deelplannen werd per wijk vastgelegd wat er gebouwd mocht worden en hoe. Straat voor straat groeide Heemstede, maar steeds binnen dezelfde ontwerpvisie. Het resultaat is een samenhang in het straatbeeld die je in weinig andere dorpen terugvindt.
Het uitbreidingsplan was niet alleen voor welgestelden. In 1908 werd woningbouwvereniging Berkenrode opgericht, voortgekomen uit de lokale afdeling van de Katholieke Sociale Actie - een antwoord op de pauselijke encycliek Rerum Novarum (1891), die opriep om de levensomstandigheden van arbeiders te verbeteren.
Aan de Berkenlaan en Eikenlaan verrezen in 1914-1915 de 32 arbeiderswoningen van het complex Nova et Vetera, ontworpen door dezelfde Cuypers en Stuyt. Het was een van de eerste woningbouwprojecten in Heemstede onder de nieuwe Woningwet. Het tuinstadidee is er overal zichtbaar: terugliggende gevels, voortuintjes, een klassiek poortje als toegang en bewuste verbredingen in de straat om eentonigheid te voorkomen.
Hoewel de bouwlust al eerder toenam, maakte Heemstede tussen 1920 en 1940 zijn grootste groeistuip door. De voormalige bloembollenvelden werden bebouwd. Buitenplaatsen in de nabijheid van de uitdijende stad werden opgekocht en verkaveld voor villaparken.
Heemstede veranderde definitief van een landelijk lintdorp in een moderne forensengemeente met alle bijbehorende voorzieningen. Dat die transformatie niet leidde tot een rommelig straatbeeld, maar tot een dorp met uitgesproken karakter en samenhang, is het directe gevolg van het uitbreidingsplan van 1908.
Wie vandaag door Heemstede fietst, volgt nog steeds de lijnen die Cuypers en Stuyt in 1908 trokken. De brede lanen met bomen, de tuinen achter en voor de huizen, de afwisseling van woningtypen per wijk, de zorgvuldig geplaatste kerken en scholen als ankerpunten - het is allemaal geen toeval. Het is het resultaat van een gemeentebestuur dat begreep dat groei zonder visie tot verval leidt, en van twee architecten die een dorp een toekomst tekenden.
De historie van een pand reikt verder dan louter het stichtingsjaar. Voor elk te verkoopen object vervaardigt dit bureau een levend dossier: eene nauwgezette bundeling van bouwhistorie, archiefbronnen alsmede de actueele waarde in het hoogere segment.
Indien een eigenaar eene verkoop overweegt en de volledige achtergrond des huizes wenscht te doorgronden, kan daartoe een oriënteerend onderhoud worden aangevraagd.
ABCD – Automatisch Beter