Weinig architecten hebben zo nadrukkelijk hun stempel op Heemstede gedrukt als Jan Stuyt (1868–1934). Samen met zijn compagnon Joseph Cuypers ontwierp hij het uitbreidingsplan dat de gemeente transformeerde van een landelijk lintdorp tot een groene forensengemeente. Maar Stuyts invloed reikte verder dan stedenbouw alleen: van het raadhuis tot arbeiderswoningen en van een seminarie tot een directiekeet, overal in Heemstede zijn de sporen van deze overtuigde katholieke bouwmeester terug te vinden.
Jan Stuyt werd in 1868 geboren en groeide uit tot een van de meest productieve katholieke architecten van zijn generatie. Hij was leerling van Pierre Cuypers, de befaamde ontwerper van het Rijksmuseum en het Centraal Station in Amsterdam. In het bureau van Cuypers leerde Stuyt het vak en maakte hij kennis met diens zoon Joseph (Jos.) Cuypers, met wie hij later een langdurig architectenpartnerschap zou vormen.
Stuyt vestigde zich aanvankelijk in Amsterdam en verhuisde later naar Bussum. Zijn oeuvre omvat tientallen kerken, kloosters, scholen en woningcomplexen door heel Nederland. Binnen de rooms-katholieke bouwwereld genoot hij groot aanzien. Het was dan ook geen toeval dat juist hij, samen met Joseph Cuypers, in 1908 de opdracht kreeg om het uitbreidingsplan voor Heemstede te ontwerpen.
Rond de eeuwwisseling nam de vraag naar woningen in Heemstede sterk toe. De eerste woningen verrezen in het noorden van de gemeente, in Bosch en Vaart en het Haarlemmerhoutpark. Om deze groei in goede banen te leiden, gaven burgemeester en wethouders in 1908 de opdracht aan Jan Stuyt en Joseph Cuypers voor het opstellen van een gemeentelijk uitbreidingsplan.
Het plan, dat in 1912 werd vastgesteld, was gebaseerd op het ideaal van de Engelse tuinsteden van Ebenezer Howard. Stuyt en Cuypers ontwierpen een structuur met ruim opgezette woningen in een groene omgeving, waarbij iedere woning een eigen tuin zou krijgen. Het tuinstadconcept had ook een sociaaleconomische, idealistische grondslag: een ruim opgezette maar besloten bebouwingsstructuur, nabijheid van voorzieningen en landelijk gebied, en een zorgvuldige scheiding van wonen, werken en recreatie.
Na de voltooiing van het eerste plan werd het meerdere malen herzien. De bijgewerkte versie van omstreeks 1922 verfijnde de oorspronkelijke opzet. Joseph Cuypers nam vervolgens als esthetisch adviseur van het gemeentebestuur de regie over de ruimtelijke uitwerking, terwijl Stuyts betrokkenheid bij de stedenbouwkundige planvorming geleidelijk afnam.
Het eerste tastbare resultaat van de samenwerking tussen Cuypers en Stuyt in Heemstede was het raadhuis, gebouwd in 1906–1907. Samen met J.Th.A. Etmans ontwierpen zij dit bestuursgebouw in een eclectische bouwstijl, geïnspireerd op Nederlandse raadhuizen uit het begin van de achttiende eeuw. Het pand aan het Raadhuisplein werd het hart van het gemeentelijk bestuur.
In 1918 onderging het raadhuis een eerste uitbreiding, wederom onder leiding van Joseph Cuypers. Het gebouw is sindsdien meerdere malen verbouwd en uitgebreid, onder meer in 1949 en in de periode 1972–1973. Het raadhuis heeft tegenwoordig de status van rijksmonument (nr. 508454) en geldt als een van de meest herkenbare gebouwen van Heemstede.
De katholieke signatuur van Stuyts werk in Heemstede komt het duidelijkst naar voren in de sociale woningbouw. Voor de rooms-katholieke woningvereniging Berkenrode ontwierpen Cuypers, Stuyt en Etmans twee woningcomplexen die tot de vroegste voorbeelden van sociale woningbouw in de gemeente behoren.
Het eerste project was het Res Novacomplex rond het Res Novaplein, gebouwd in 1909–1910. Het tweede, het woningcomplex Nova et Vetera aan de Berkenlaan en Eikenlaan, verrees in 1914–1915 en omvatte 32 arbeiderswoningen.
Beide complexen kregen Latijnse namen die verwezen naar de katholieke traditie. De naam Nova et Vetera (het nieuwe en het oude) was ontleend aan het evangelie van Mattheüs en was in zwang in de neo-thomistische wijsbegeerte. De oprichting van woningvereniging Berkenrode in 1908 kwam voort uit de Katholieke Sociale Actie, die op haar beurt een antwoord was op de pauselijke encycliek Rerum Novarum uit 1891. Daarin werd opgeroepen om de levensomstandigheden van arbeiders te verbeteren.
Het complex aan de Berkenlaan is tot op de dag van vandaag uitzonderlijk gaaf bewaard gebleven. De gevarieerde opbouw van de langgerekte huizenblokken, met afwisselende schuine kappen en dwarskappen, geeft het ensemble een tuinstadachtig karakter dat naadloos aansluit bij het uitbreidingsplan.
Het meest imposante bouwwerk dat Jan Stuyt in Heemstede naliet, is zonder twijfel Seminarie Hageveld. Dit kleinseminarie, gebouwd in de periode 1922–1925 in opdracht van het Bisdom Haarlem, verrees op het terrein van de voormalige buitenplaats Het Klooster aan het Hageveld.
Het complex is een rijksmonument (nr. 508445) en getuigt van Stuyts vermogen om grootschalige gebouwen te ontwerpen die zowel monumentaliteit als verfijning uitstralen. Het oorspronkelijke seminarie is inmiddels getransformeerd tot een combinatie van school en appartementencomplex, maar de architectonische kwaliteit van het hoofdgebouw is onverminderd zichtbaar.
Rondom het seminarie ontwierp Stuyt ook kleinere gebouwen die nog altijd bestaan. Aan het Hageveld 23 staat de voormalige directiekeet uit 1921, een zeldzaam bewaard gebleven voorbeeld van dit bouwtype. Ondanks het bescheiden karakter van een bouwkeet bezit het gebouwtje een hoogwaardige architectonische kwaliteit: houtbouw met een samengesteld schilddak, waarin een traditioneel, boerderijachtig uiterlijk is gecombineerd met modernistische trekken als om de hoek doorlopende raamstroken.
Aan de Molenwerfslaan 3 staat de dienstwoning die Stuyt eveneens in 1921 voor het seminarie ontwierp. Deze portierswoning met gewelfd mansardedak en lichtkleurig gepleisterde gevels dankt haar voorname uitstraling aan een sobere ornamentiek. De hoofdtoegangsweg tot Hageveld liep destijds naast deze woning.
Het uitbreidingsplan van Cuypers en Stuyt bepaalde niet alleen waar gebouwd werd, maar ook hoe. Het tuinstadconcept vertaalde zich in brede straten met bomen, groen gestoffeerde pleinen en ruime tuinen bij elke woning. Deze principes zijn tot op heden zichtbaar in de stedenbouwkundige opzet van Heemstede.
Langs de Heemsteedse Dreef, de anderhalve kilometer lange verbinding die in 1932 voltooid werd, legde de gemeente pleinen aan die in documenten uit die tijd werden aangeduid als de parken. Deze groene ruimten vormden een bewuste onderbreking van de eenvormige huizenblokken en gaven de woonomgeving een krachtige impuls. Ook het nabijgelegen Sweelinckplein werd om dezelfde redenen aangelegd.
In de wijk rond de Bosboom Toussaintlaan en het Nicolaas Beetsplein is hetzelfde principe terug te zien. Het blok aan de zuidzijde van de Bosboom Toussaintlaan lag enkele meters naar achteren, waardoor een verwijding in de straat ontstond die voortuintjes en een gemeenschappelijk plantsoen toeliet.
Jan Stuyt overleed in 1934, op 66-jarige leeftijd. Zijn nalatenschap in Heemstede is omvangrijk en divers. Het uitbreidingsplan dat hij samen met Cuypers ontwierp, legde de basis voor de ruimtelijke structuur die de gemeente tot op heden kenmerkt. De arbeiderswoningen voor Berkenrode behoren tot de vroegste sociale woningbouw van de gemeente. Het raadhuis vormt nog steeds het bestuurlijke hart. En Seminarie Hageveld, zijn meest monumentale werk in Heemstede, is als rijksmonument beschermd voor toekomstige generaties.
Stuyt was geen architect die werkte vanuit louter esthetische overwegingen. Zijn katholicisme was onlosmakelijk verbonden met zijn bouwpraktijk. De woningcomplexen die hij voor Berkenrode ontwierp, kwamen voort uit de katholieke sociale leer. Zijn seminarie diende de vorming van priesters. Zelfs het uitbreidingsplan droeg, met zijn nadruk op een gezonde en menswaardige woonomgeving, de sporen van die overtuiging.
Wie door Heemstede wandelt, passeert onvermijdelijk het werk van Jan Stuyt. Van de Rembrandtlaan, die voortkwam uit de bijgewerkte versie van het uitbreidingsplan, tot de lichtkleurige gevels van de dienstwoning aan de Molenwerfslaan: overal heeft de katholieke bouwmeester uit Bussum zijn sporen nagelaten in het Heemsteedse straatbeeld.
De historie van een pand reikt verder dan louter het stichtingsjaar. Voor elk te verkoopen object vervaardigt dit bureau een levend dossier: eene nauwgezette bundeling van bouwhistorie, archiefbronnen alsmede de actueele waarde in het hoogere segment.
Indien een eigenaar eene verkoop overweegt en de volledige achtergrond des huizes wenscht te doorgronden, kan daartoe een oriënteerend onderhoud worden aangevraagd.
ABCD – Automatisch Beter