De Camplaan en de Valkenburgerlaan vormen samen het hart van het zuidelijke uitbreidingsgebied van Heemstede. Waar de Camplaan al eeuwenlang dienstdeed als verbindingsweg naar Haarlem en de Haarlemmermeer, ontstond de Valkenburgerlaan pas in de jaren twintig en dertig van de twintigste eeuw als onderdeel van het gemeentelijke uitbreidingsplan. Samen vertellen deze twee straten het verhaal van Heemstede’s transformatie van landelijk lintdorp tot moderne forensengemeente.
De Camplaan was van oudsher een belangrijke verbinding tussen het dorp Heemstede, Haarlem, Bennebroek en de Haarlemmermeer. Al in de tweede helft van de negentiende eeuw verrezen hier verspreid nieuwe woningen, scholen en kerken. Het straatbeeld had in die tijd nog een sterk landelijk karakter, met bollenland, blekerijen en oude landgoederen in de directe omgeving.
De komst van de stoomtram in 1881 versterkte de aantrekkingskracht van de Camplaan als vestigingslocatie. Met name voor welgestelde families en ondernemers bood de straat een aantrekkelijke combinatie: landelijke rust, nabijheid van het oude dorpshart en een goede verbinding met de omliggende steden. In 1897 bouwde de plaatselijke aannemer en architect W.A. van Amstel drie villa’s op de nummers 13, 15 en 17. Om de kavels bouwrijp te maken moest een evenwijdig aan de straat lopende sloot worden gedempt. De bewoners keken uit op een oud buitenhuis aan de overkant, toentertijd in gebruik als café-restaurant.
In 1852 had de Vereeniging Bijzondere Protestantsche School al een eigen school in gebruik genomen aan de Camplaan, op nummer 12. Met 43 leerlingen in twee leslokalen was dit de eerste bijzondere school in Heemstede, zelfs een van de eerste van Nederland. De oprichter was niemand minder dan Nicolaas Beets, predikant van de Nederlands-hervormde kerk aan het Wilhelminaplein.
De grote transformatie van het gebied rond de Camplaan en de Valkenburgerlaan begon omstreeks 1920. Het gemeentelijke uitbreidingsplan, ontworpen door de architecten Joseph Cuypers en Jan Stuyt, voorzag in een ambitieuze stedenbouwkundige structuur voor heel Heemstede. Het deelplan voor het gebied rond het geplande Valkenburgerplein besloeg het terrein tussen de Vrijheidsdreef, de Camplaan, de Voorweg en Wandelbos Groenendaal.
Omstreeks 1920 bood dit gebied nog een verwaarloosde aanblik met velden, bosjes en slootjes. De gemeente wilde aan de west- en zuidzijde luxueuze woningen laten bouwen. In de omgeving van het oude dorpshart was ruimte voor eenvoudiger woningen. Woningbouwvereniging Heemstede’s Belang, opgericht op 3 juni 1919, kreeg de opdracht om middenstandswoningen te realiseren. Het architectenbureau De Bruin en Jonkheid tekende een plan voor 69 woningen en een winkelhuis, voornamelijk aan de Bosboom Toussaintlaan.
Het tuinstadconcept dat aan het uitbreidingsplan ten grondslag lag, is goed zichtbaar in de stedenbouw van deze buurt. Straatverwijdingen lieten voortuintjes en gemeenschappelijke plantsoentjes toe. Het Nicolaas Beetsplein kreeg een plantsoen in het midden. Zo ontvouwde zich in het interbellum een wijk waarin villa’s, middenstandsbouw, winkels, kerken en schoolgebouwen harmonieus samenkwamen.
Vooral in de jaren twintig en dertig verschenen aan de Camplaan verschillende vrije landhuizen en grote middenstandswoningen. Een opvallend voorbeeld is Villa Valkenburg op nummer 20, gebouwd in 1920 naar ontwerp van architect N.J. Nijman. De opdrachtgever, bloemist en raadslid Quirinus van den Berg, verkocht in datzelfde jaar zijn grond in het gebied om de aanleg van de Heemsteedse Dreef tussen de Camplaan en het Wipperplein mogelijk te maken. De statige villa verwijst met zijn stijlkenmerken naar historische Hollandse buitenhuizen.
Op nummer 31 verrees in 1925 een woonhuis met modernistische trekken, ontworpen door A.J. Westerman uit Amsterdam. De opdrachtgever, H. Stefels jr., die zelf in een nabijgelegen landhuis bij Groenendaal woonde, liet dit huis voor zijn ouders bouwen.
Aan de Valkenburgerlaan stichtte de Amsterdamse aannemer S.P. Switzar omstreeks 1934 een verfijnd landhuis op nummer 6, ontworpen door zijn zoon Simon. Het huis valt op door de rieten kap met wolfseinden en een extreem groot driehoekig venster. Switzar senior was bestuurlijk actief voor de parochie O.L. Vrouw Hemelvaart. Zijn zoon Simon emigreerde na de oorlog naar Californië, waar hij zich naast zijn architectenpraktijk ontwikkelde als kunstschilder.
Het Valkenburgerplein, op de kruising van beide straten, werd het religieuze brandpunt van de nieuwe wijk. In 1926–1927 verrees hier de rooms-katholieke parochiekerk Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaart, ontworpen door J.Th.J. Cuypers en P.J.J.M. Cuypers jr. Het kerkgebouw is een uniek voorbeeld van religieuze centraalbouw, met bijzondere netgewelven en houten vakwerkgebinten. De lage, elegante opbouw is geheel afgestemd op de villaparkachtige bebouwing in de omgeving. De toren vormt vanuit alle richtingen een blikvanger en oriëntatiepunt.
Drie decennia later kreeg de Camplaan er een tweede markant kerkgebouw bij. De Pinksterkerk op nummer 18, gebouwd in 1956–1957 naar ontwerp van architectenbureau Chr. Nielsen en J.H. Spruit, is een verdiepingskerk in gewapend beton en baksteen. De kerkzaal staat op een souterrain. Bijzonder is de monumentale glas-in-betonwand in de zuidgevel, het hoofdwerk uit het oeuvre van kunstenaar Berend Hendriks. Deze wand verbeeldt het Pinksterverhaal en bezorgt het interieur een boeiende atmosfeer met wisselend licht, afhankelijk van seizoen en tijdstip.
De Pinksterkerk werd in 2007 door minister Plasterk voorgedragen als rijksmonument, als een van honderd topmonumenten uit de wederopbouwperiode 1940–1958. Het gebouw heeft inmiddels geen kerkelijke functie meer en dient als dagopvang, terwijl de kerkzaal beschikbaar is voor culturele activiteiten.
Op de hoek van de Camplaan en de Valkenburgerlaan staat een pand dat meer dan een eeuw lang het lokale uitgaans- en verenigingsleven diende. In 1899 liet de weduwe A. van der Weiden jr. een café met burgerwoning bouwen, aansluitend bij een al bestaande biljartkamer aan de Camplaan. Voor het café en de biljartzaal bestonden twee aparte toegangen. De weduwe was eigenares van een stoomwasserij aan de Blekersvaart; kort na de opdrachtverlening overleed zij, in januari 1900.
Het etablissement stond achtereenvolgens bekend als Café N.J. Martin, Café Camplaan, Café Van den Heuvel en Café Groenendaal. Toen C.B. (Cor) van den Heuvel in 1926 eigenaar werd, kreeg de zaak vaart. In 1933 realiseerde hij een geheel nieuwe restaurantzaal met een eigen voordeur aan de Valkenburgerlaan (toen nog Valkenburgerstraat). Architect Berry Ooms uit Haarlem gaf de uitbreiding een eigenzinnig, modern voorkomen. Het totale grondvlak kreeg een V-vorm, omdat de Camplaan en de Valkenburgerlaan in een schuine hoek ten opzichte van elkaar lopen.
De tram die vanuit de Raadhuisstraat door de nieuwe straat reed, kreeg een halte met wachthuisje pal naast het café. In de daaropvolgende jaren groeide Café Groenendaal uit tot een waar trefpunt voor plaatselijke sportverenigingen en andere gezelschappen. Na de oorlog zette zoon Joop van den Heuvel de zaak voort tot 1974. Daarna volgde de familie Beck, die de exploitatie in 1979 splitste in Koffiehuis Yverda aan de Valkenburgerlaan en een café-bar aan de Camplaan. Het interieur van het oudste deel werd in 2018 door brand verwoest.
Na de Tweede Wereldoorlog maakten beide straten opnieuw een bouwgolf mee. Aan de Valkenburgerlaan verschenen omstreeks 1953–1954 twaalf flatwoningen op de nummers 2–4, ontworpen door H. Tuninga uit Heemstede in opdracht van N.V. Hogerveka. Aan de Camplaan kwam rond 1961–1963 een kantoorgebouw voor Grafisch Handelsonderneming Koot op nummer 40.
De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed voerde tussen 2001 en 2007 een inventariserend onderzoek uit naar de architectuur uit de wederopbouwperiode. De Historische Vereniging Heemstede-Bennebroek (HVHB) stelde vervolgens de vraag of, naast de Pinksterkerk, nog meer objecten in Heemstede voor bescherming in aanmerking kwamen. In 2015 werd een lijst van zestig Heemsteedse objecten vastgesteld, waaronder gebouwen aan beide straten.
Wie vandaag over de Camplaan en de Valkenburgerlaan wandelt, ziet de verschillende lagen van Heemstede’s bouwgeschiedenis dicht op elkaar. De drie villa’s uit 1897 met hun wit geverfde gepleisterde gevels en sierhoutwerk staan naast de modernistische Pinksterkerk. Het voormalige Café Groenendaal, met zijn karakteristieke V-vormige plattegrond, herinnert aan een tijdperk waarin de horeca het sociale leven van de groeiende gemeente vormgaf.
De kerk aan het Valkenburgerplein, met haar centraalbouwvorm en de toren als blikvanger, fungeert nog altijd als oriëntatiepunt in de buurt. Samen met de woningcomplexen, de naoorlogse flats en de villa’s vormen deze gebouwen een doorsnede van ruim een eeuw Heemsteedse bouwcultuur, van de negentiende-eeuwse dorpsarchitectuur tot de wederopbouw.
De historie van een pand reikt verder dan louter het stichtingsjaar. Voor elk te verkoopen object vervaardigt dit bureau een levend dossier: eene nauwgezette bundeling van bouwhistorie, archiefbronnen alsmede de actueele waarde in het hoogere segment.
Indien een eigenaar eene verkoop overweegt en de volledige achtergrond des huizes wenscht te doorgronden, kan daartoe een oriënteerend onderhoud worden aangevraagd.
ABCD – Automatisch Beter