Tussen 1920 en 1940 groeide Heemstede uit tot een moderne forensengemeente. In diezelfde periode bereikte de Amsterdamse School, de Nederlandse variant van het baksteenexpressionisme, haar hoogtepunt. De stijl drong door in woningen, scholen, kerken, bruggen en een bloembollengebouw. Van de Marisbrug tot de Dreefschool en van de protestantse kerk aan de Postlaan tot De Bulb aan de Leidsevaartweg: Heemstede bezit een opvallend rijke verzameling gebouwen met kenmerken van deze stroming.
De Amsterdamse School was een architectuurstroming die tussen circa 1915 en 1940 tot bloei kwam in Nederland. De stroming ontstond in Amsterdam, waar architecten als Michel de Klerk, Piet Kramer en Johan van der Mey een nieuwe, expressieve bouwstijl ontwikkelden. Het Scheepvaarthuis aan de Prins Hendrikkade (1916) geldt als het eerste grote voorbeeld.
De kern van de stijl lag in de baksteen. Architecten behandelden gevels als sculpturale kunstwerken: gemetseld in ongebruikelijke patronen, voorzien van plastisch siermetselwerk, gebogen vormen en decoratieve elementen in natuursteen, smeedijzer of geglazuurde tegels. Elk gebouw moest een totaalkunstwerk worden, inclusief de interieurafwerking en de tuinaanleg.
Kenmerkend zijn horizontale raampartijen met fijne roedeverdelingen, paraboolvormige deuropeningen, verticale vensterreeksen, uitkragende dakoverstekken en ladderramen. De stijl werd breed toegepast: van volkswoningbouw en villa's tot scholen, bruggen, postkantoren en bedrijfsgebouwen.
Heemstede lag dicht genoeg bij Amsterdam en Haarlem om architecten uit die steden aan te trekken, maar had een eigen opdrachtcultuur. De gemeente groeide volgens het uitbreidingsplan van Joseph Cuypers en Jan Stuyt, dat een tuinstadachtig karakter voorschreef. De schoonheidscommissie beoordeelde bouwplannen op kwaliteit, wat architecten stimuleerde om zorgvuldig te ontwerpen.
Anders dan in Amsterdam, waar de Amsterdamse School vooral tot uiting kwam in grote aaneengesloten volkswoningbouwblokken, manifesteerde de stijl zich in Heemstede kleinschaliger en gevarieerder. De gemeente telde voornamelijk middenstandswoningen, villa's en landhuizen, afgewisseld met scholen en bruggen. De stijlinvloed verscheen in uiteenlopende gebouwtypen, vaak gecombineerd met traditionalisme of Engelse landhuisarchitectuur.
Verschillende architecten die in Heemstede actief waren, pasten kenmerken van de Amsterdamse School toe. Onder hen waren Huib Tuninga uit Haarlem, Cornelis van Gelder (technisch opzichter bij de gemeente en zelfstandig architect), Harm Korringa, N.J. Nijman, John Wildeboer en J. Zietsma. De Dienst Openbare Werken van de gemeente speelde eveneens een rol, met name bij de bruggen. Beeldhouwer H.A. van den Eijnde, die aan de Willem van de Veldekade zijn atelierwoning had, leverde bouwsculpturen voor meerdere projecten.
In de woonwijken van Heemstede is de Amsterdamse School-invloed terug te vinden bij villa's en landhuizen. Op de Duinlaan 5 staat landhuis Wilsu (circa 1925), ontworpen door Architectenbureau Van Essen uit Bennebroek. Dit compacte landhuis bezit een expressief karakter dankzij de hoog opgetrokken verdieping en diepe, paraboolvormige portiek. Sierdetails in het metselwerk en een ruw gehakt ornament bij de portiek bevestigen de invloed van de stijl.
Aan de Grote Sparrenlaan 1 in villawijk Het Duin bouwde architect John Wildeboer omstreeks 1923 een compact landhuis onder een hoge rieten kap met paraboolvormige dakvlakken. Oranje keramische tegels op de plint en de nok dragen bij aan het Amsterdamse School-achtige karakter. Wildeboer werkte bij voorkeur in deze stijl; ook het woonhuis-atelier van schilder Herman Kruyder aan de Kleine Sparrenlaan 22 (1922) is van zijn hand.
Bij het Roemer Visscherplein 25 staat het voormalige Hotel Boekenrode (1928), ontworpen door J.H. Groenwegen. De afgeronde hoekpartijen, het gemetselde balkon met luifel en horizontale sierbanden verraden de Amsterdamse School.
Aan de Postlaan 18-20 staat een dubbel woonhuis uit 1926 van architect Jac. Dekker jr. uit Overveen, met ladderramen die de Amsterdamse School-invloed onderstrepen. De architect overleed in 1928, op 36-jarige leeftijd, waardoor zijn oeuvre beperkt bleef.
De voormalige Dreefschool op het Julianaplein (1930, nu Bibliotheek Plein 1) is een van de meest herkenbare voorbeelden. Architect Cornelis van Gelder ontwierp het gebouw in een aan de Amsterdamse School verwante stijl, met een T-vormige plattegrond, verspringende daken met zwarte geglazuurde pannen en een opvallende torenachtige opbouw met klokken. Bij de entree staat een natuurstenen beeldje van H.A. van den Eijnde, voorstellende een lezend kind. Het interieur bevat decoratieve glas-in-loodramen.
De St. Aloysiusschool aan de Molenwerfslaan (voltooid in 1932) vormt samen met de St. Augustinusschool en de Maria Kleuterschool een ensemble van drie rooms-katholieke scholen. De hoekpartij van de St. Aloysiusschool, zichtbaar vanuit zowel de Molenwerfslaan als de Cruquiusweg, toont de Amsterdamse School-architectuur op haar meest uitgesproken. Het trappenhuis met achtkantige omloop en markante schoorsteen groeit uit tot een architectonische blikvanger.
De St. Franciscusschool aan de Kerklaan 6 in Bennebroek (1928-1929), ontworpen door N.J. Nijman, is eveneens in Amsterdamse Schoolstijl gebouwd. Kenmerkend zijn de opvallende vensters, de overstekende daken en de donkergroene houten kozijnen.
Het voormalige verenigingsgebouw en kerk van de Nederlandse Protestantenbond aan de Postlaan 16 (1926) is ontworpen door Huib Tuninga uit Haarlem. Tuninga paste op verschillende plaatsen accenten van siermetselwerk toe in geelrode baksteen met gesinterde exemplaren. Dit siermetselwerk is stilistisch verwant aan de Amsterdamse School. De gevels werden gedekt met rode Hollandse pannen. De hoofdingang heeft een opvallende driehoekige afsluiting met geprofileerde gemetselde omlijsting. Bijzonder zijn de glas-in-loodramen en ornamenten in de kerkzaal van kunstenaar Huib de Ru.
Tuninga (1898-1958) ontwierp in de jaren twintig en dertig talrijke volkswoningen, middenstandswoningen, villa's en fabrieksgebouwen in Haarlem en Heemstede. Zijn stijl vertoonde invloeden van de Amsterdamse School, het traditionalisme en de Engelse landhuisarchitectuur, steeds in een gematigde vorm.
Het voormalige post- en telegraafkantoor aan de Raadhuisstraat (1921) werd ontworpen door Joseph Cuypers en zijn zoon Pierre. De gevels van geelbruine baksteen met siermetselwerk en de horizontale roedeverdeling in de ramen tonen kenmerken van de Amsterdamse School. Oorspronkelijk droeg de uitbouw het opschrift in Amsterdamse Schoolletters. Het pand is sinds 2018 verbouwd tot appartementen (De Posterij).
Het meest prestigieuze voorbeeld is het rijksmonument De Bulb aan de Leidsevaartweg 1 (1924-1928), ontworpen door architect J. Zietsma. Dit gebouw voor de bloembollencultuur werd gebouwd in een strakke variant van de Amsterdamse School, ook wel (Nieuwe) Haagse School genoemd. Het langgerekte complex met representatieve voorgevel, brede rondboogportiek en siermetselwerk in bruine baksteen moest het aanzien van de Hollandsche Cultuur Maatschappij vergroten. De bouwkosten vielen zo hoog uit dat het bedrijf er in 1930 aan failliet ging.
Heemstede bezit meerdere bruggen in Amsterdamse School-stijl. De Marisbrug (1928), de Crayenesterbrug (1931) en de Bronsteebrug (1936) werden alle gebouwd door de Dienst Openbare Werken, in samenwerking met beeldhouwer H.A. van den Eijnde. De drie provinciale monumenten delen eenzelfde vormentaal: bakstenen landhoofden, granieten pylonen en lijsten, en smeedijzeren hekken met decoratieve motieven die de stroming van water tot expressie brengen.
De Bagatellebrug in de Rijksstraatweg (1925) werd door Rijkswaterstaat gebouwd bij de verbreding van de provinciale weg. De robuust vormgegeven balustrades van gewapend beton en staal vertonen stijlkenmerken ontleend aan de Amsterdamse School.
De Amsterdamse School is in het Heemsteedse straatbeeld te herkennen aan terugkerende elementen.
In Heemstede komt de stijl zelden in zuivere vorm voor. Architecten als Tuninga en Korringa combineerden Amsterdamse School-elementen met traditionalisme of invloeden van Frank Lloyd Wright. Harm Korringa paste bij de Nicolaas Beetsschool aan de Bosboom Toussaintlaan (verbouwd 1930-1931) plastisch geprofileerde ladderramen toe; de architectuur verraadt invloed van zowel de Amsterdamse School als de prairie-stijl.
Juist die vermenging maakt de Heemsteedse bouwkunst uit het interbellum bijzonder. Het gemeentelijk monumentenrapport van 2021 beschrijft de hoeveelheid woonhuizen, villa's en volkswoningbouwcomplexen met monumentale waarden als verbluffend en voor een gemeente van deze omvang uniek.
De historie van een pand reikt verder dan louter het stichtingsjaar. Voor elk te verkoopen object vervaardigt dit bureau een levend dossier: eene nauwgezette bundeling van bouwhistorie, archiefbronnen alsmede de actueele waarde in het hoogere segment.
Indien een eigenaar eene verkoop overweegt en de volledige achtergrond des huizes wenscht te doorgronden, kan daartoe een oriënteerend onderhoud worden aangevraagd.
ABCD – Automatisch Beter